Het lijkt een tegenstelling: de Stille Week en zang. En niets is minder waar. Vandaag, op Goede Vrijdag zal net als in de rest van deze week veelvuldig de Mattheuspassie te horen zijn. En gisteravond, op Witte Donderdag, werd de passion opgevoerd in Amsterdam. En ook daar voerden de muziek, de liederen, de vertelling de boventoon.
En in de kerk? Is het daar stil? Nee, zeker niet. We zingen in de vier diensten van Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Paaswake en Paaszondag vele liederen. Bekende en nieuwe liederen, meditatieve en uitbundige liederen.
Maar wat moeten we ons dan voorstellen bij het ‘stille’ van deze week, als dat niet het zwijgen is?
Deze week is een verstilde week. Zo ervaar ik het. Ondanks het feit dat de voorbereidingen op alle diensten ervoor zorgen dat het geen rustige week is. Voor mij is deze week een verstilde week, omdat naarmate de week vordert, mijn aandacht steeds meer gefocust wordt door de gang die we als gemeente gaan in het herdenken van de weg die Jezus is gegaan. De manier waarop we gedenken en vieren, versterkt die verstilling. Liederen worden afgewisseld met stilte, we concentreren ons op de lezingen uit de bijbel, en het avondlicht maakt ‘ons kerkje’ op zichzelf al een plek van bezinning.
Zo ervaar ik dat. Dat we toeleven, door het lijden en sterven van Jezus, naar de boodschap van liefde en leven, die ons optilt, ons de kracht geeft weer op te staan, door verdriet en pijn heen.
De boodschap van de Paasmorgen, dat Jezus is opgestaan, is de boodschap waaruit de kerk leeft. Hoe aarzelend, hoe twijfelend we het soms ook zeggen of beter, zingen: ‘De Heer is waarlijk opgestaan’, met deze woorden voegen we ons bij de leerlingen van het eerste uur. God laat ons niet alleen. Hij draagt ons in Zijn liefde, in Zijn handen bevelen wij ons leven. En dát samen uit te zingen, dat is Pasen.