Bijna is het kerstfeest begonnen. Vanavond zijn vele kerken weer open om samen de geboorte van Jezus te vieren. Het blijft een bijzonder gebeuren. Om samen de liederen, die we kunnen dromen, te zingen. Om het geboorteverhaal van Jezus te horen. Om stil te staan bij de betekenis van Zijn geboorte voor ons.
We zingen en bidden om vrede, om licht in de nacht, om Gods nabijheid in tijden van verdriet en pijn.
Iemand vroeg laatst: waarom doen we dat? Want de vrede komt niet, nog steeds zijn mensen op de vlucht, zijn slachtoffer van terreur, nog steeds zijn er kinderen die lijden onder oorlog en geweld.
Wat moet dan het antwoord zijn? Want het is zo. Al die eeuwen door hebben we de vrede niet kunnen bewerkstelligen, zo vaak wordt er Kerst gevierd op de puinhopen, aangericht door mensen, tot op de dag vandaag.
En toch, dwars door dit menselijke tragedie van kwaad en macht, moet het verhaal klinken van het licht, van Gods toewending tot de wereld in het kleine en kwetsbare kind. En toch moet het verhaal klinken van liefde en vrede, om ons niet te doen verzinken in onmacht, waardoor wij ons erbij neerleggen dat het menselijk tekort het laatste woord heeft. En toch moeten we elkaar het verhaal van Gods liefde vertellen, doorgeven. In dankbaarheid omdat God ons niet loslaat. Levend vanuit Gods liefde. In het voetspoor van Jezus Christus.
Daarom: laten we het Kerstfeest vieren, in de verstilling van de nacht, in de uitbundigheid van Kerstmorgen. Zingend, biddend, luisterend… God is ons nabij.
Immanuel!