Gister, op Witte Donderdag hebben we, gezeten in een kring om de tafel, het Avondmaal gevierd. Een bijzonder samenzijn, rond het verhaal van de voetwassing, prachtig verbeeld door de liturgische schikking. Het begin van de ‘3 dagen voor Pasen’, waarin wij het verhaal volgen van Jezus, van het delen van brood en wijn, naar het lijden en sterven van Jezus, en dan vanuit de duisternis het licht dat wij ontwaren, het licht van de Opstanding. We zijn op weg naar het Paasfeest, en doen dat in een wereld vol spanning en onrust. De voetwassing valt als gebaar daarbij in het niet. Maar is van grote betekenis. Uit de meditatie van gisteravond:

‘Over de voetwassing, over dat
teken van erkenning, eerbied en liefde, zegt Jezus dat Hij dit als een
voorbeeld aan ons heeft gegeven.
Wij worden geroepen en ons
wordt gevraagd of wij dit gebaar van de voetwassing als voorbeeld voor ons
leven willen nemen. Het gebaar is klein. Het valt weg tegen de achtergrond van
plundering, anarchie en chaos die wij in deze wereld zien. En terwijl we ons bewegen
op het snelle ritme van het moderne leven vragen we ons af wat de zin ervan is,
van zo’n voorbeeld. Wat heeft het ons concreet te bieden?
Een antwoord is dat het ons
hoop en vertrouwen te bieden heeft. Een hoop en vertrouwen die opwegen tegen de
harteloosheid en wildernis die ons soms van alle kanten lijken in te sluiten.
Hoop en vertrouwen komen voort uit de liefde waarmee God ons omringt en waarom
Jezus voor ons tot het uiterste gaat.
Zijn liefde ervaren we,
bijvoorbeeld door steeds te hopen dat onze goede daden zin hebben of door na
dagen vol onzekerheid en angst weer vertrouwen te voelen. In de ervaring van
Zijn liefde zullen we alle levensmoed vinden die we gebruiken kunnen. In de
ervaring van Zijn liefde delen wij in de gemeenschap brood en wijn. Omdat zijn
belofte is: ‘Ik ben jullie God.!’

Het helder water stromend uit uw bronnen
wast onze voeten, zuivert onze wonden.
Als boden van uw vrede, hier begonnen,
zo worden wij de wereld in gezonden.
(lied 998)