Vierde kruiswoord ‘God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’
Onderstaande tekst heb ik uitgesproken tijdens het passieconcert op zondag 2 april in de Willibrorduskerk. Daar werden door verschillende voorgangers meditaties uitgesproken bij de 7 kruiswoorden van Jezus, muzikaal omlijst door het koor van de Jonge kerk te Roermond.

En nu is Hij alleen. De
discipelen zijn weg. De menigte, die hem volgde, hem liefhad, hem nodig had is
weg. Alleen zijn er nog diegenen, die hem veroordelen, die hem bespotten,
diegenen die met hem gedood worden.
Mijn God, mijn God waarom
hebt u mij verlaten?
Naar het evangelie van
Marcus zijn dit de laatste woorden van Jezus, voor hij sterft. Jezus is
vertwijfeld. De pijnen zijn ondraaglijk. De wreedheid en hoon van de omstanders
is niet te begrijpen.
In deze uiterste duisternis
schreeuwt Jezus het uit, letterlijk in het Hebreeuws, als een leeuw die brult:
Waarom hebt Gij mij verlaten?
Het zijn niet zomaar woorden
die Jezus in dit moment uitschreeuwt. Het zijn de eerste woorden van psalm 22.
Woorden, waarmee een onschuldige lijdende zijn pijn en gevoel van
godverlatenheid tot uitdrukking brengt. Jezus is hier deze mens.
‘Mijn God, waarom hebt Gij
mij verlaten?’ Hoe vaak hebben na Jezus
deze woorden geklonken? Hoe vaak hebben
mensen die lijden zich zo alleen gevoeld, dat ze deze woorden dachten of
uitspraken?
In ons persoonlijk leven en
in de wereld om ons heen vinden zoveel erge gebeurtenissen plaats en maken we zoveel
ondraaglijke ervaringen mee. Aan het kruis van Jezus komen ze samen. Daar lijkt
alle zin verdwenen. Daar blijven alleen vertwijfelde vragen. Hoe kan het? Hoe
is het zover gekomen? Waarom God? Waarom zijt Gij zover van ons?
De dominicaan Timothy
Radcliff schreef bij deze woorden van Jezus aan het kruis: ‘iemand vraagt ons misschien’ waarom? Waarom? Waar is God nu? Dan
kunnen we tot onze schrik gewaarworden dat we niets te zeggen hebben. Alle
vrome woorden die ons in gedachten komen klinken nog erger dan leeg. Dan moeten
we alleen maar zorgen dat we er zijn en erop vertrouwen dat God er ook is.’