Vandaag wordt in de Rooms-Katholieke kerk Aswoensdag gevierd. Het is stil in het dorp. Het grote feest van carnaval is voorbij. Wie zich erin onderdompelde keert terug naar ‘real life’. Wie er van een afstandje naar keek, hoeft die overgang niet te maken.
Je moet er in groot gebracht zijn om er helemaal in op te gaan. En dan, lijkt me, is het ontzettend gezellig om even nergens anders aan te denken dan aan feestvieren, gezelligheid, muziek. Want, zo verzekeren vrienden mij, het gaat niet om de drank, ook al lijkt het vaak wel zo. Maar dat is geen echt carnaval, zeggen ze. En ik geloof dat.
U begrijpt het al, echte ervaring heb ik niet. Verder dan het kindercarnaval op school en in het dorp en het kijken naar de optocht ben ik niet gekomen. Maar gelukkig wordt dat aanvaard van iemand uit het hoge noorden!

Inmiddels is de link tussen het carnaval en de christelijke vastentijd/veertigdagentijd door de meeste feestvierders losgelaten. De voorbereiding op het Paasfeest is niet meer een vanzelfsprekend vervolg van het carnaval.
Toch is er wel groeiende aandacht voor het vasten op zichzelf. Veertig dagen geen alcohol, geen snoep, geen suiker, geen televisie, geen… en vult u maar in wat we zouden kunnen missen. Mensen, jong en oud, doen dat om stil te staan bij onze overvloed, om even pas op te plaats te maken, ter bezinning.
En in de kerk staan we stil bij de voorbereiding op het Paasfeest, het feest van de opstanding van Jezus Christus. Zeven weken lang volgen we samen de weg van Jezus naar Jeruzalem, een lijdensweg waarin Jezus de duisternis van het leven ervaart, het lijden dat voor zoveel mensen zo herkenbaar is. Door deze duisternis heen gloort het licht van de Paasmorgen, wanneer zijn volgelingen horen dat Jezus is opgestaan.
Laten we op weg gaan, de komende veertig dagen: Op pad zijn met U, broeder Jezus, is op pad zijn met Uw vrienden, elkaar ontmoeten, samen verder gaan, en op het kruispunt afscheid nemen, wetend dat U met ons allen bent. (een gebed van www.kerkinactie.nl)